Preconferences
Sinds een paar jaar organiseert de VvE een aantal pre-conferences voorafgaand aan de WEON. De thema’s van de pre-conferences zijn actueel en specifiek gericht op bepaalde doelgroepen, zoals public health epidemiologie of epidemiologie onderwijs.
Voorafgaand aan de WEON 2013 worden op 5 juni vijf pre-conferences georganiseerd in Zeist (Broederplein 43). Kosten zijn 10 euro voor leden van de VvE en 25 euro voor niet-leden.
1. New developments in causal epidemiological research (Inschrijving voor de WEON verplicht!)
Organised by: focusgroup Causality of VVE
Speakers:
Professor Neil Pearce, London School of Hygiene and Tropical Medicine
Professor Sander Greenland, UCLA School of Public Health
Professor Jan Vandenbroucke, Leiden University Medical Center
Time: 13.30-16.30
Maximum number of participants: 50
Outline:
This preconference meeting on Causality is aimed at those epidemiologists who are eager to keep up-to-date with new methodological developments and views on causal models in epidemiology. Professor Greenland will discuss modern ways to deal with confounding, including the use of Directed Acyclic Graphs (DAGs), a graphical way to exploit whether selection bias or confounding hampers causal inference. Professor Pearce will consider the distinction between the analysis of variation and the analysis of causes and professor Vandenbroucke will discuss the role of counterfactual theory as causal theory in epidemiology.
All talks will be followed by in dept discussion,
This preconference is organized by the Department of Clinical Epidemiology of the Leiden University Medical Center and the focus group on Causality of the Dutch Society for Epidemiology.
Voor meer informatie over deze middag kunt u terecht bij Saskia le Cessie: cessie(at)lumc.nl.
2. UCID; Treatment as prevention for HIV: is elimination within reach (Inschrijving voor de WEON verplicht!)
Organised by: Utrecht Center for Infection Dynamics
Time: 13.00-17.00
Outline:
Recently there has been much debate in the public health community about the prospects of eliminating HIV from high endemic countries by a test and treat strategy or more generally about the effectiveness of treatment as prevention (1,2). The rationale of “test and treat” is to offer regular HIV testing to large parts or entire populations and to offer immediate antiretroviral treatment (ART) to all those found positive. As viral loads decline to undetectable levels under ART, the probability of onward transmission is reduced to very low levels. The latter has been confirmed in discordant couples’ studies, where no transmission was observed in those couples of which the HIV positive partners was on treatment (3,4). Treatment of large groups of an infected population may have substantial impact on HIV incidence, as a recent ecological study from Canada suggested (5). However, is it unclear whether the effectiveness of such interventions can be sufficient to achieve elimination or even considerable reductions in prevalence. Screening rates would have to be high and drop out rates low, conditions that might not be achievable in many populations. Also, a recent study from the UK showed no reduction of HIV incidence in the population of men who have sex with men despite increasing treatment rates in the last decade (6). In this workshop we plan to discuss evidence and modeling studies, which have contributed to the ongoing discussion about the possible impact of treatment as prevention on HIV prevalence worldwide.
3. Workshop ‘De digitale docent – epidemiologie en e-learning’
Georganiseerd door: focusgroep Onderwijs van de VVE
Tijd: 13.00-17.00
Inhoud:
In het hoger onderwijs wordt steeds vaker gebruik gemaakt van ICT en digitale leermogelijkheden; het aantal beschikbare e-learning modules op internet groeit enorm. Ook ontwikkelingen als ‘augmented reality’ en ‘serious gaming’ vinden hun weg in onderwijstoepassingen.
In deze workshop willen we de mogelijkheden van digitale toepassingen in het epidemiologisch onderwijs onderzoeken. U krijgt informatie over de vele beschikbare e-learning modules die er zijn om epidemiologisch onderwijs digitaal te verrijken, en we horen wat de effecten ervan zijn op de studieresultaten. Ook gaan we inventariseren welke e-learning modules momenteel al worden toegepast in de curricula epidemiologie in Nederland. Er is ook tijd om zelf een aantal digitale onderwijsmodules te bekijken – dus neem indien mogelijk een laptop mee!
Meer informatie bij Femmie de Vegt: F.deVegt(at)ebh.umcn.nl.
4. Hoe digitale gegevens epidemiologisch onderzoek kunnen verrijken
Georganiseerd door: focusgroep Public Health van de VVE
Tijd: 13.00-17.00
Inhoud:
In de publieke gezondheidszorg worden steeds meer (digitale) gegevens verzameld en opgeslagen. Een bekend voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het elektronisch kinddossier. Maar ook andere digitale gegevens zijn bruikbaar voor epidemiologisch onderzoek. Zo zijn GSM signalen, google zoekopdrachten en Cookies belangrijke bronnen van informatie. Daarnaast leveren luchtfoto’s en satellietopnamen bruikbare data met een ruimtelijke component (geografische informatie systemen). Google zoekopdrachten worden bijvoorbeeld gebruikt om griepepidemieën op te sporen en GPS signalen kunnen worden ingezet om beweeggedrag te monitoren.
Tijdens de pre-conference workshop op 5 juni zullen we ingaan op manieren waarop digitale gegevens gebruikt kunnen worden bij monitoring. Gedurende een middag zullen we vanuit verschillende vakgebieden kennismaken met voorbeelden van het gebruik van digitale gegevens in epidemiologisch onderzoek, waarbij methodologische kwesties aan de orde zullen worden gesteld.
Exacte tijd en locatie zullen zo snel mogelijk via deze site en www.epidemiologie.nl bekend worden gemaakt. Voor meer informatie voor deze middag kunt u terecht bij Annemarie Venemans: Annemarie(at)onderzoekerij.nl.
5. Biobanken
Georganiseerd door: focusgroep Biobanken van de VVE
Tijd: 14.00-17.00
Inhoud:
Nationaal en internationaal is er een groeiende behoefte aan grootschalige data- en biobanken ten behoeve van biomedisch onderzoek aan veelal nog onbegrepen complexe aandoeningen, zoals aandoeningen waaraan mogelijk een erfelijke component ten grondslag ligt. Biobanken zijn goudmijnen voor epidemiologisch onderzoek, mits goed opgezet. Succesvol biobankieren is een uitdaging waarbij veel aspecten aan bod komen en geregeld moeten worden. Het doel van de focusgroep is te achterhalen wat de meerwaarde van een epidmioloog is bij een biobank en welke aspecten de aandacht van epidemiologen verdienen, bijvoorbeeld hoe worden determinanten van beloop gedefineerd en hoe wordt er omgegaan met meerdere meetmomenten. Daarnaast zal ook ingegaan worden op de vraag hoe biobanken een meerwaarde voor epidemiologen kunnen creëren.
Voor meer informatie: p.manders(at)gen.umcn.nl.
